← Terug naar overzicht
De Eerste Avonturen

De Maandroom

Quinn en Otis lagen in hun bedden in Village Nature, het vakantiepark bij Parijs. Hun haar was nog een beetje vochtig van het zwemmen in Aqualagon, en hun buiken waren vol van de lekkere pizza's.

"Welterusten Quinn," geeuwde Otis vanuit zijn bed.

"Welterusten Otis," zei Quinn, en ze draaide zich om.

Buiten scheen de maan helder door het raam, en langzaam, heel langzaam, vielen ze in slaap.

De Droom Begint

Quinn opende haar ogen. Ze lag niet in haar bed, maar in... een ruimtepak? Ze keek om zich heen en zag Otis naast haar, ook in een ruimtepak, met zijn blauwe bril over zijn helm.

"Otis? Waar zijn we?"

"Geen idee, maar dit is echt cool!" Otis keek naar beneden. Onder hen was geen grond, maar... sterren. Miljarden sterren.

Ze zaten in een ruimteschip. Een klein, rood ruimteschip met grote ramen rondom. Op het dashboard knipperden honderden lampjes, en er stond een bordje: "De Snelle Schildpad - Eigendom van Quinn & Otis".

"Wacht," zei Quinn, "is dit ons ruimteschip?"

"Blijkbaar wel!" Otis drukte op een knop. Er klonk een stem:

"Goedenavond astronauten Quinn en Otis. Jullie missie: verken de maan, vind de verdwenen kaas, en wees thuis voor het ontbijt. Geschatte reistijd: vijf minuten. Vergeet niet je gordel om te doen!"

Quinn en Otis keken elkaar aan en barstten in lachen uit.

"Verdwenen kaas?" giechelde Quinn. "Is de maan echt van kaas gemaakt?"

"Er is maar één manier om daarachter te komen," zei Otis, en hij greep het stuur. "Klaar voor de start?"

"Wacht! Weet jij hoe je een ruimteschip bestuurt?"

"Nee. Jij?"

"Geen idee."

Ze keken naar het dashboard. Er waren drie grote knoppen: een groene met "GO", een rode met "STOP", en een gele met "HEEL HARD SCHUDDEN (NIET AANRAKEN)".

"Wat denk je," zei Otis, "moeten we op GO drukken?"

"Dat lijkt me logisch," zei Quinn.

Samen drukten ze op de groene knop.

VROOOOOOM!

Het ruimteschip schoot vooruit als een raket. Quinn en Otis werden in hun stoelen gedrukt terwijl de aarde achter hen kleiner en kleiner werd.

"DIT IS GEWELDIG!" riepen ze allebei tegelijk.

Aankomst op de Maan

Vijf minuten later landden ze met een zachte bons op de maan. Buiten zagen ze grijze stenen, kraters, en in de verte... een klein huisje?

"Is dat een huis?" vroeg Otis. "Op de maan?"

"Laten we gaan kijken," zei Quinn.

Ze stapten uit het ruimteschip. Door de lage zwaartekracht sprongen ze bij elke stap meters hoog.

"WHEEE!" riep Otis, en hij deed een salto in slow motion.

Quinn probeerde te rennen maar zweefde vooruit als een ballerina. "Dit is zo raar! En zo leuk!"

Ze sprongen en zweefden naar het huisje. Het was gemaakt van maanstenen en had een schoorsteentje waar rook uitkwam. Bij de deur hing een bordje: "Maanbewoners Welkom - Aardlingen: Klop Eerst Aan".

Quinn klopte aan.

De deur zwaaide open en daar stond... een konijn. Een groot, grijs konijn in een ruimtepak, met een bril op en een kopje thee in zijn poot.

"Oh, eindelijk! De nieuwe astronauten!" zei het konijn. "Kom binnen, kom binnen. Ik ben Professor Pluizenstaart, Hoofd van de Maankaasvereniging."

Quinn en Otis keken elkaar aan. Dit was wel een heel rare droom.

Het Kaasmysterie

Binnen het huisje was het gezellig. Er stond een open haard (hoe die werkte zonder zuurstof was een mysterie), en overal lagen boeken en kaarten van de maan.

"Jullie zijn hier voor de kaas, toch?" vroeg Professor Pluizenstaart.

"Eh... ja?" zei Quinn. "Maar is de maan dan echt van kaas?"

"NATUURLIJK NIET!" zei het konijn verontwaardigd. "Dat is een fabeltje. Maar we hadden wel een prachtige kaascollectie. Van alle planeten in het zonnestelsel! Marskaas, Saturnuskaas, zelfs speciale Aardkaas met Nederlandse gaten erin."

"Had?" vroeg Otis.

"Gestolen!" De professor sloeg dramatisch met zijn poot op tafel. "Vorige week. Alle 273 kazen. Verdwenen!"

"Wie steelt er nou kaas op de maan?" vroeg Quinn.

"Dat is precies wat jullie moeten uitzoeken!" zei de professor. "Ik heb drie verdachten."

Hij rolde een groot papier uit met drie foto's:

  1. Kapitein Krater - Een ruimtepiraat met een ooglapje en een haak-hand
  2. Mevrouw Melkweg - Een elegante alien met zes armen en een glamoureuze hoed
  3. De Meteoor Tweeling - Twee kleine groene aliens die er precies hetzelfde uitzagen

"Iedereen op de maan weet dat deze drie dol zijn op kaas," zei de professor. "Maar ik kan niet bewijzen wie het gedaan heeft."

Quinn keek naar de foto's. "Waar kunnen we hen vinden?"

"Kapitein Krater woont in de Grote Krater aan de noordkant. Mevrouw Melkweg heeft een ruimtestation dat boven de maan zweeft. En de Meteoor Tweeling... die rondscheuren altijd met hun racewagens over de zuidelijke vlaktes."

Otis wreef in zijn handen. "Een detectivemissie! Waar beginnen we?"

"Bij Kapitein Krater," zei Quinn beslist. "Piraten stelen altijd dingen, toch?"

Bij Kapitein Krater

Ze sprongen en zweefden naar de Grote Krater. In het midden stond een piratenschip – een echt houten schip, maar dan met raketten eraan gemonteerd.

"AHOY!" brulde een stem van bovenaf. "Wie durft Kapitein Krater te storen tijdens zijn middagslaapje?"

Een groot, harig wezen met een ooglapje keek over de rand van het schip. Hij leek op een kruising tussen een beer en een walrus.

"Wij zijn Quinn en Otis," riep Quinn terug. "We onderzoeken de kaasdiefstal!"

"KAAS?!" Kapitein Krater sprong van het schip (en zweefde langzaam naar beneden). "Ik HAAT kaas! Het plakt aan m'n tanden! Waarom zou ik kaas stelen?"

"Omdat... piraten alles stelen?" probeerde Otis.

"Dat is een stereotype!" zei de kapitein boos. "Ik steel alleen snoep en glimmende dingen. Kaas? Bah! De geur alleen al!"

Hij deed zijn mond open. Zijn adem rook naar drop en munt, absoluut niet naar kaas.

"Hij liegt niet," zei Quinn tegen Otis. "Laten we naar Mevrouw Melkweg gaan."

Mevrouw Melkweg's Ruimtestation

Met hun ruimteschip vlogen ze omhoog naar het drijvende ruimtestation. Het was roze en paars en versierd met glitters.

Binnen zat Mevrouw Melkweg aan een grote tafel, thee drinkend uit een kristallen kopje. Ze had zes armen, dus ze kon tegelijk thee drinken, haar nagels lakken, een boek lezen, en zwaaien naar Quinn en Otis.

"Welkom, lieverds!" zei ze met een zangerige stem. "Komen jullie voor de thee? Of voor de kaas-interrogatie?"

"U weet ervan?" vroeg Quinn verbaasd.

"Natuurlijk, schat. Iedereen op de maan weet ervan. En iedereen denkt dat ik het gedaan heb omdat ik een groot feest heb georganiseerd vorige week. Een feest heeft kaas nodig, toch?"

"Klopt," zei Otis. "Had u kaas op uw feest?"

"NEE!" riep Mevrouw Melkweg dramatisch. "Omdat alle kaas gestolen was! Mijn feest was een ramp! We moesten chips eten. CHIPS! Kun je het je voorstellen?"

Ze begon te huilen (uit vier van haar zes ogen).

"Ik denk dat zij het ook niet was," fluisterde Quinn tegen Otis.

"Dan blijft alleen de Meteoor Tweeling over," zei Otis.

De Meteoor Tweeling

Op de zuidelijke vlaktes vonden ze twee kleine groene aliens die met hun racewagens rondjes reden. De wagens lieten sterrensporen achter in het maanstof.

"HEY!" riep Quinn. "Wij moeten jullie spreken!"

De twee wagens stopten met piepende remmen. De aliens stapten uit. Ze waren identiek: grote ogen, antennes op hun hoofd, en allebei droegen ze een t-shirt met "Ik ben niet mijn broer" erop.

"Wij zijn Beep en Boop," zeiden ze tegelijk.

"Ik ben Beep," zei de linkse.

"Nee, IK ben Beep," zei de rechtse.

"Maakt niet uit," zei Otis. "Hebben jullie de kaas gestolen?"

"Welke kaas?" vroegen ze tegelijk.

"Alle kaas van Professor Pluizenstaart."

De tweeling keek elkaar aan. Toen barstten ze in lachen uit.

"HAHAHAHA! Nee! Wij zijn lactose-intolerant! Van kaas krijgen we bubbels!"

En om het te bewijzen, aten ze allebei een klein stukje ruimtekaas dat ze in hun zak hadden. Binnen drie seconden zwollen ze op als ballonnen en zweefden weg, boerend en giechend.

"Oké," zei Quinn. "Geen van de verdachten heeft het gedaan. Wat nu?"

De Oplossing

Otis dacht na. "Wacht. Als geen van hen het deed... wie dan wel?"

"We moeten terug naar het begin," zei Quinn. "Naar Professor Pluizenstaart."

Ze vlogen terug naar het huisje. Maar toen ze aankwamen, stond de deur open. En binnen... zaten honderden konijnen! Kleine konijnen, grote konijnen, konijnen met brillen, konijnen met hoedjes. En ze aten allemaal kaas.

"PROFESSOR!" riep Quinn.

Professor Pluizenstaart sprong op, schuldbewust. "Oh. Jullie zijn terug. Eh... surprises?"

"U heeft het zelf gedaan!" zei Otis. "U heeft uw eigen kaas verstopt!"

"Goed, goed, jullie hebben me betrapt," zuchtte de professor. "Maar het was voor een goed doel! Kijk..." Hij wees naar alle konijnen. "Dit is mijn familie. Ze komen elk jaar op bezoek, en ze zijn DOL op kaas. Ik wilde ze verrassen met een groot kaasfeest. Maar ik schaamde me om te vertellen dat ik alle kaas wilde gebruiken voor een familiefeest."

"Dus u heeft een nepmysterie gemaakt?" vroeg Quinn.

"Precies! En jullie waren zo serieus bezig met detectivespelen dat ik niet durfde te vertellen dat het nep was. Sorry!"

Quinn en Otis keken elkaar aan. Toen begonnen ze te lachen.

"Dit is de gekste droom ooit," zei Quinn.

"Blijf je voor het feest?" vroeg de professor hoopvol.

Het Kaasfeest

Het feest was geweldig. Kapitein Krater kwam (maar at geen kaas, alleen dropjes). Mevrouw Melkweg kwam (en was dolblij dat er eindelijk kaas was). De Meteoor Tweeling kwam (maar zwol weer op als ballonnen en moest buiten blijven).

Er was Marskaas (rood en pittig), Saturnuskaas (met ringen eromheen), en Nederlandse kaas met grote gaten waar je doorheen kon kijken.

Quinn en Otis dansten op de maan, sprongen meters hoog, en aten kaas tot ze bijna rolden.

"Dit is de beste droom ooit," zei Otis.

"Helemaal mee eens," zei Quinn.

Maar toen begon alles te vervagen. De maan werd wazig, de sterren werden dimmer, en ze voelden zich zweven, zweven, zweven...

Wakker Worden

"Quinn! Otis! Tijd om wakker te worden!"

Quinn opende haar ogen. Ze lag in haar bed in Village Nature. Door het raam scheen de zon. Mama Lieneke stond in de deuropening.

"Goedemorgen! Hebben jullie lekker geslapen?"

Otis schoot overeind in zijn bed. "Quinn! De maan! De kaas! Was jij er ook?"

Quinn glimlachte breed. "Kapitein Krater die geen kaas lust?"

"De Meteoor Tweeling die opzwol!"

"Professor Pluizenstaart en zijn familiefeest!"

Ze hadden allebei dezelfde droom gehad!

Lieneke keek verbaasd. "Wat een gekke droom. Hebben jullie misschien te veel pizza gegeten gisteravond?"

"Misschien," grinnikte Quinn. "Of misschien was het echt."

"Denk je dat we ooit echt naar de maan gaan?" vroeg Otis.

Quinn dacht na. "Wie weet? Maar eerst: ontbijt. Ik heb trek in kaas!"

Ze lachten allebei.

Want soms zijn de beste avonturen degene die je deelt – zelfs als ze alleen in je dromen bestaan.

Epiloog

Die middag, tijdens het zwemmen in Aqualagon, praatten Quinn en Otis over hun droom.

"Denk je dat dromen betekenis hebben?" vroeg Quinn terwijl ze op de glijbaan wachtten.

"Misschien," zei Otis. "Of misschien zijn ze gewoon... leuk."

"Waar zou je naartoe willen als we echt de ruimte in konden?" vroeg Quinn.

"Mars!" zei Otis meteen. "Jij?"

"Saturn," zei Quinn. "Die ringen zien er zo mooi uit."

"Deal. Jij Saturn, ik Mars, en dan ontmoeten we elkaar bij de maan voor kaas."

Ze schudden handen, en toen was het hun beurt voor de glijbaan.

En terwijl ze naar beneden glipten, gierend van de lach, dachten ze allebei aan de maan. Aan Professor Pluizenstaart. Aan Kapitein Krater en Mevrouw Melkweg. Aan de kaascollectie en het feest.

En wie weet – misschien, op een dag, wanneer ze groot zijn en ruimteschepen echt bestaan, zouden ze samen naar de sterren reizen.

Maar tot die tijd hadden ze genoeg avonturen – in Ravelijn, in Oirschot, in Kaprun, in New York, en nu zelfs op de maan.

Want wanneer je samen droomt, is alles mogelijk.


Slaap lekker, kleine ruimtereizigers. De maan wacht op jullie volgende bezoek... in je dromen.