De Schat van Tokio
Quinn en Otis stapten uit de metro op het Shibuya-station in Tokio. Hun ouders, Herman en Lieneke, liepen voor hen uit, maar Quinn en Otis hadden alleen maar oog voor de gigantische stad om hen heen.
Wolkenkrabbers die tot in de wolken reikten. Neonlichten die zelfs overdag schitterden. En overal, werkelijk overal, waren robots.
"Kijk!" riep Otis, wijzend naar een enorme robot die langzaam door de straat liep. Hij was minstens vijf verdiepingen hoog, blauw en zilver, met draaiende radertjes en stoomwolken die uit zijn schouders kwamen.
"Dat is een Arbeids-Mech," las Quinn van een bord. "Ze helpen met bouwen en tillen. Cool!"
Maar wat ze niet zagen, was het kleine papiertje dat uit de lucht dwarrelde en op Quinns schouder landde.
De Mysterieuze Boodschap
Later, in hun hotel, vouwde Quinn het papiertje open. Het was bedekt met Japanse karakters, maar onderaan stond in het Engels:
"De grootste schat van Tokio,
Ligt verborgen in staal en vuur.
Alleen de dappersten vinden hem,
Volg de blauwe draak, elk uur."
"Een blauwe draak?" zei Otis. "In Tokio?"
Quinn keek naar de kaart van de stad. "Wacht... hier! Het Tokyo Skytree-gebouw! Dat noemen ze ook 'De Blauwe Draak' vanwege de vorm en de blauwe verlichting 's nachts!"
"Avontuur?" vroeg Otis met glinsterende ogen.
"Avontuur," bevestigde Quinn.
De Tokyo Skytree
De volgende ochtend, terwijl mama en papa naar een museum gingen, namen Quinn en Otis de metro naar de Skytree. De toren stak 634 meter de lucht in – de hoogste toren van Japan.
Bij de ingang stond een kleine robot, niet groter dan een hond, met vriendelijke blauwe ogen.
"Welkom, jonge ontdekkers," zei de robot in Engels. "Ik ben Hiro-bot. Zoeken jullie de schat?"
Quinn en Otis knikten verbaasd.
"Dan moet je naar boven. Naar het allerbovenste platform. Maar pas op..." De robot keek om zich heen alsof hij iets geheims wilde vertellen. "De Kaiju komt."
"Kaiju?" vroeg Otis.
"Monster," fluisterde Hiro-bot. "Elk jaar komt een Kaiju naar Tokio om de schat te bewaken. Vandaag is het zover."
BROOOOOOOM!
De grond begon te trillen. In de verte klonk een diepe, dreunende brul.
"Het begint!" riep Hiro-bot. "Vlug, naar boven!"
De Lift Omhoog
Quinn en Otis sprongen in de snelste lift. Die schoot omhoog als een raket, hun magen achterlatend op de begane grond.
Buiten het raam zagen ze het: een gigantisch monster, groot als een berg, dat vanaf de haven de stad in liep. Het had schubben als een dinosaurus en tentakels als een octopus.
"Dat is ENORM!" riep Otis.
Maar toen – WHOOOOSH! – verschenen overal in de stad robots. Niet de kleine arbeidsrobots, maar echte Jaegers – gigantische gevechtsrobots zo groot als gebouwen, met zwaarden en schilden en vuurwapens!
Een rode Jaeger sprong vanaf een wolkenkrabber, draaide drie salto's in de lucht, en landde recht voor het monster!
"Dit is net een film!" riep Quinn.
De lift stopte bij het hoogste platform. Ze renden naar buiten en zagen de hele stad onder hen. En daar, in het midden van het platform, stond een kristallen kist.
"De schat!" zeiden ze allebei.
De Schat
Maar voordat ze erbij konden komen – CRASH! – sloeg een tentakel van het Kaiju tegen de toren! De hele Skytree schudde!
"We moeten die kist pakken!" riep Quinn.
Ze rende ernaartoe. Otis rende naast haar. Samen grepen ze de kist – en op dat moment verscheen er een hologram boven hen.
Een oude Japanse man in een traditionele kimono verscheen.
"Gefeliciteerd, dappere zielen. Jullie hebben de Schat van Tokio gevonden. Dit is de Kern van Harmonie – de kracht die de Kaiju kalmeert en de stad beschermt."
"Hoe gebruiken we het?" riep Otis, terwijl de toren opnieuw schudde.
"Plaats het in het hart van de grootste Jaeger. Alleen kinderen kunnen het dragen – het reageert op pure moed."
Quinn en Otis keken naar beneden. De rode Jaeger vocht dapper tegen het Kaiju, maar verloor terrein.
"We moeten naar beneden!" zei Quinn.
De Sprong
Ze renden naar de rand van het platform. Daar stond Hiro-bot te wachten met... jetpacks?
"Trek aan!" riep de robot.
Quinn en Otis trokken de jetpacks aan, de kristallen kist stevig tussen hen in. Hiro-bot drukte op een knop – FWOOOOSH! – en ze schoten de lucht in!
Ze vlogen tussen de wolkenkrabbers door, over bruggen, langs neonreclames, de wind gierend in hun oren!
"LINKS!" riep Quinn.
Ze zwenkten naar links, net een tentakel ontwijkend!
"OMLAAG!" riep Otis.
Ze doken naar beneden, recht op de rode Jaeger af!
De Jaeger draaide zich om en zag hen komen. Zijn cockpit opende zich – en Quinn en Otis vlogen naar binnen, landend met een perfecte duikrol!
In de Jaeger
Binnen de Jaeger zaten twee piloten: een vrouw en een man, allebei in futuristische pakken.
"Jullie zijn de kinderen met de Kern?" riep de vrouw.
"Ja!" riep Quinn, de kristallen kist omhooghoudend.
"Daar!" De man wees naar een leeg gat in het controlepaneel – precies de vorm van de kist.
Otis rende erheen en plaatste de kist. KLANK!
De hele Jaeger begon te gloeien – blauw, dan goud, dan wit! Energie stroomde door alle circuits!
"Nieuwe wapens online!" riep de vrouw. "Quinn, Otis – willen jullie ons helpen besturen?"
"SERIEUS?" riepen ze allebei.
"Pak die hendels!"
Quinn en Otis grepen elk een hendel. En plotseling voelden ze het – ze waren verbonden met de Jaeger! Wanneer zij bewogen, bewoog de robot!
Quinn stak haar arm uit – de Jaeger stak zijn gigantische arm uit!
Otis maakte een vuist – de Jaeger maakte een vuist zo groot als een huis!
"De Kern van Harmonie geeft jullie de kracht!" riep de man. "Gebruik het!"
Het Gevecht
Het Kaiju brulde en sprong naar voren!
"SPRING!" riep Quinn.
De Jaeger sprong – WHOOOM! – twintig meter de lucht in! Ze vlogen over het monster heen en landden erachter!
"DRAAI!" riep Otis.
De Jaeger draaide zo snel dat de lucht suisde!
Het monster sloeg met zijn tentakels – SWISH! SWISH! – maar Quinn en Otis waren sneller! Links duiken! Rechts rollen! Omhoog springen!
"De Kern activeert het Harmonie-wapen!" riep de vrouw. "Activeer het NU!"
Quinn en Otis drukten samen op een grote gouden knop.
De borst van de Jaeger opende zich – en een straal van puur goud licht schoot eruit! Het raakte het Kaiju precies in zijn hart!
Maar het monster explodeerde niet. In plaats daarvan... begon het te gloeien. Het kromp. De woede verdween uit zijn ogen.
Het Kaiju werd kleiner en kleiner en kleiner, tot het niet groter was dan een kat. Een schattig, blauw katachtig wezen met grote ogen.
"Miauw?" zei het Kaiju.
De Waarheid
De Jaeger knielde neer. Quinn en Otis stapten eruit en liepen naar het kleine wezen.
"Het was geen monster," zei Quinn zacht. "Het was bang en verward."
Het hologram van de oude man verscheen weer. "Precies. Elk jaar komt het Kaiju, gevangen in woede. Maar de Kern van Harmonie – gedragen door dappere zielen – toont het de weg terug naar vrede."
Het kleine wezen kroop naar Otis en spinde.
"Kan het blijven?" vroeg Otis hoopvol.
"Het keert terug naar de zee," zei de oude man. "Maar omdat jullie het gered hebben, krijgen jullie dit."
Twee medaillons verschenen – gemaakt van kristal en staal, met de vorm van een Jaeger en een Kaiju samen.
"Draag deze. Jullie zijn nu Beschermers van Tokio."
Later
Die avond, terug bij het hotel, vertelden Quinn en Otis alles aan hun ouders.
"Een gevecht met een Kaiju?" zei Herman ongelovig. "In een Jaeger?"
"Met jetpacks!" voegde Otis toe.
Lieneke glimlachte. "Jullie hebben wel veel fantasie."
Maar toen zag ze de medaillons om hun nek – echt, glanzend, onmiskenbaar.
Quinn en Otis keken elkaar aan en grijnsden.
Epiloog
De laatste dag in Tokio bezochten ze het robotmuseum. Daar, in een glazen vitrine, stond een model van de rode Jaeger.
Op het bordje stond: "De Beschermer van Tokio – bediend door zijn dappere piloten, en ooit geholpen door twee kinderen die de Kern van Harmonie brachten."
"Kijk," fluisterde Otis. "Ze hebben het over ons."
"Voor altijd deel van Tokio," zei Quinn.
En terwijl ze door het museum liepen, glinsterden hun medaillons in het licht – bewijs dat sommige avonturen echt waren.
Zelfs de meest ongelooflijke.
Slaap lekker, Beschermers van Tokio. De Jaegers waken over jullie dromen.